2008 Sparks, gek & geniaal (interview Russell Mael)

De eerste keer dat ik een plaat van de Amerikaanse band Sparks beluister is in 1973. A Woofer in Tweeter's Clothing heet het album en alleen al die titel maakt duidelijk dat we met iets bijzonders te maken hebben, alleen wordt dat door het publiek nog niet breed opgepakt. Pas als de gebroeders Ron en Russell Mael, zij zijn Sparks, naar 'swinging' Londen verkassen, daar het album Kimono My House maken met het prijsnummer 'This Town Ain't Big Enough For The Both Of Us'  is het raak. Plots heeft iedereen het over die krullebol met zijn falsetto en de pianist met zijn malle snorretje. Sparks gaat door, met wisselend succes maar altijd verzekerd van de steun van een loyale fanbase. Zo loyaal ben ik beslist niet, ik verlies de band voor langere tijd uit het oog en haak weer aan in de jaren 00. Een herontdekking volgt.

In 2008 wordt het 21e album van de heren aangekondigd, Exotic Creatures of the Deep. Dat de Mael-brothers hun streken nog niet hebben verleerd, blijkt uit de krankjorume stunt die ze ter promotie bedenken: ze gaan live alle eerdere albums integraal uitvoeren, als opmaat voor de wereldpremière van de nieuweling. Na drie maanden koortsachtig repeteren met een stel jonge musici in thuisbasis Los Angeles (zo'n 270 nummers) vindt het project Sparks Spectacular (21 albums in 21 nights) in mei en juni 2008 plaats in Londen, hun tweede huis.

Ik teken in op shows 20 (het album Hello Young Lovers, net als de 19 ervoor gespeeld in Islington Academy) en 21 (de première, in het veel grotere Shepherd's Bush Empire). Enkele maanden daaraan voorafgaand doe ik voor Popmagazine Heaven een email-interview met Russell. Als enige journalist besteed ik er aandacht aan, het item ontgaat de rest van Nederland kennelijk. Jammer voor de rest, gemiste kans.